Een adventskalender is een kalender waarmee je aftelt naar kerst. Bij de klassieke uitvoering open je van 1 tot en met 24 december iedere dag een deurtje. Daarachter zit een plaatje, een klein cadeau of iets om te doen. Er zijn ook kalenders met 25, twaalf of minder vakjes.
Zo werkt het aftellen
- 1 decemberOpen het vakje met nummer 1. Bij een boek kan dat de eerste verzegelde pagina zijn.
- Iedere volgende dagZoek het bijbehorende nummer. De volgorde is vaak verspreid over de doos.
- 24 of 25 decemberHet laatste vakje valt op kerstavond of eerste kerstdag, afhankelijk van de uitvoering.
Die kleine dagelijkse verrassing is wat de vormen met elkaar verbindt. Bij chocolade proef je iets, bij een kleurboek ga je zelf aan de slag en bij een zelfgevulde kalender heeft iemand de cadeautjes persoonlijk gekozen.
Waarom heet het een adventskalender?
Advent is in de christelijke traditie de voorbereidingstijd op kerst. Het woord komt van het Latijnse adventus, dat ‘komst’ betekent. De kerkelijke advent begint op de vierde zondag voor kerst. Een gewone adventskalender volgt meestal de vaste reeks vanaf 1 december.
Die twee beginnen dus niet altijd tegelijk. In 2026 valt de eerste adventszondag op 29 november. De volgende drie zondagen zijn 6, 13 en 20 december. Bij een adventskrans steek je op die zondagen steeds een extra kaars aan; een kalender telt doorgaans de afzonderlijke decemberdagen.
Waar komt de kalender vandaan?
De traditie van het zichtbaar aftellen ontstond in Duitse gezinnen in de negentiende eeuw. Gezinnen gebruikten bijvoorbeeld krijtstreepjes of afbeeldingen om de dagen tot kerst bij te houden. Gedrukte kalenders maakten die gewoonte later tot iets dat je kon kopen.
Gerhard Lang speelde aan het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol bij zulke gedrukte kalenders. Zijn vroege uitvoeringen hadden plaatjes om uit te knippen en op te plakken. De deurtjes en chocolade kwamen later. Over de vroege kalendergeschiedenis lees je ook bij de Duitse kalenderuitgever Sellmer.
Welke soorten zijn er?

Lindt LINDOR: iedere dag een gevulde bonbon
De chocoladekalender is een herkenbare vorm: achter ieder deurtje zit iets kleins om te eten. De Lindt LINDOR-uitvoering op de foto bevat 24 gevulde bonbons in vier smaken. Je telt ermee af tot en met kerstavond.
Chocoladekalenders verschillen in smaak, vulling en totaalgewicht. Vierentwintig vakjes staat dus niet voor een vaste hoeveelheid chocolade. Je kunt kiezen voor een vertrouwde smaak die terugkomt of juist meer afwisseling zoeken. In de chocoladegids staan voorbeelden met hun eigen foto en uitleg.

Cozy Christmas: iedere dag een kerstkleurplaat
Bij Cozy Christmas zit de dagelijkse verrassing tussen verzegelde pagina's. Je scheurt een nieuwe kleurplaat open en geeft die zelf kleur. De 25 platen lopen door tot en met eerste kerstdag. Een adventskalender hoeft dus geen doos met cadeautjes te zijn.
Ik heb dit kleurboek zelf gekocht en kleur ook graag met mijn nichtje. Andere boeken geven per dag een verhaal, puzzel of knutselactiviteit. In de boekengids staan leesboeken en doeboeken apart uitgelegd. De vorm bepaalt wat je uitpakt; je eigen interesse bepaalt waarmee je graag aftelt.
Bekijk Cozy Christmas adventskalender om in te kleuren: inhoud en winkels
Hoe tel je af met twaalf of minder vakjes?
| Aantal | Een mogelijke aftelling |
|---|---|
| 24 | Iedere dag van 1 tot en met 24 december |
| 25 | Iedere dag van 1 tot en met 25 december |
| 12 | Om de dag of dagelijks van 13 tot en met 24 december |
| 4 | Op de vier adventszondagen |
| 7 | De laatste week tot en met kerstavond |
Bij twaalf of minder vakjes kies je vaak zelf het ritme. Bekijk ook de bedoeling van de specifieke uitvoering. Een kalender met vier adventscadeaus sluit bijvoorbeeld aan bij de vier zondagen, terwijl een zevenvakskalender een korte dagelijkse aftelling kan zijn.
Zelf vullen of kant-en-klaar kopen?
Bij een kant-en-klare kalender is de selectie al gemaakt. Je kiest op het thema, de inhoud en de verpakking. Een lege kalender geeft je de ruimte om zelf een verhaal van de cadeautjes te maken: briefjes, kleine verrassingen of activiteiten die bij de ontvanger passen.
Voor het vullen helpt een lijstje vooraf, zodat je de cadeautjes over de dagen kunt verdelen. Ideeën staan in zelf vullen. Voor het kiezen van een kant-en-klare doos kun je verder naar waar je op let bij het kopen.
Hoe schrijf je adventskalender?
Je schrijft adventskalender als één woord met een tussen-s. Zo staat het in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Op boekomslagen en bij sommige winkels zie je ook de vorm adventkalender. De vorm met tussen-s is de spelling die we op deze site gebruiken.